PARTICIPATIEWET

‘DE BIJSTAND IS EEN RECHT’

Tekst Peter Beekman Beeld Liesbeth Dinnissen

‘De Participatiewet is de slechtste bijstandswet ooit’, zegt Trudie Knijn, emeritus-hoogleraar aan de Universiteit Utrecht. Samen met onder andere collega-onderzoekers, de Landelijke Cliënten­raad en de FNV werkt ze aan een tien-punten advies voor een rechtvaardige bijstand waarin bestaanszekerheid gegarandeerd is.

In 1965 voerde minister Marga Klompé de Algemene Bijstandswet in. Ze noemde een gegarandeerd inkomen een ‘afdwingbaar recht’, het sluitstuk van de sociale zekerheid. In de tussentijd is deze bijstandswet vele malen veranderd met als voorlopig sluitstuk de in 2015 ingevoerde Participatiewet. Daarmee wilde het kabinet Rutte II flink bezuinigen en de participatie van bijstands­gerechtigden vergroten. Maar in plaats daarvan vergroot de wet hun bestaansonzekerheid, zegt Trudie Knijn. Als hoog­leraar Interdisciplinaire Sociale Wetenschappen doet ze al sinds de jaren 90 onderzoek naar de sociale zekerheid en sociaal beleid. ‘Dit is de slechtste bijstandswet ooit; deze wet moet echt van tafel.’

Waarom is de Participatiewet de slechtste bijstandswet ooit?

‘De Participatiewet heeft de bijstand essentieel veranderd. Hij is nu strenger, rigoureuzer én vager. Neem het begrip “tegenprestatie”: elke bijstandswet bepaalde dat wie kan werken, dat ook gaat doen. Deze wet gaat veel verder door mensen te dwingen “iets” te doen, maar wat dat is, is volkomen onduidelijk. Dat verschilt per sociale dienst of zelfs per klantmanager. De ene gemeente gaat akkoord met vrijwilligerswerk dat je zelf hebt uitgezocht terwijl een andere gemeente je dwingt om een baan te accepteren waar een willekeurige werkgever toevallig behoefte aan heeft, ongeacht je opleiding of ervaring. Dat zijn vaak hele slechte en onder- of zelfs onbetaalde banen.’

Hoezo is de wet strenger en rigoureuzer geworden?

‘De sancties op “overtredingen”, zoals tegen de inlichtingenplicht, zijn heel hard. Alles moet je opgeven, en de sociale dienst kan bijstandsgerechtigden elk moment oproepen om inzicht in hun bankafschriften te geven. Een vermoeden van fraude of schuld is niet eens nodig. Begrijp me goed: controle is nodig, want je wilt niet dat mensen onterecht bijstand krijgen. Maar de balans tussen controle en vertrouwen is nu volledig zoek. Je kunt rücksichtsloos worden opgezadeld met een terugbetaling van soms 400 euro per maand. Zonder dat er wordt gekeken hoe jouw inkomenspositie wordt en of je nog kunt rondkomen.’

Want rondkomen van de bijstand is moeilijk ..

‘Het idee is dat mensen eerder uitstromen als hun bestaansniveau zo laag mogelijk is. Maar die stok achter de deur werkt juist demotiverend. Wat erachter zit, is een negatief mensbeeld waarin uitkerings­gerechtigden per definitie profiteurs en fraudeurs zijn. Maar mensen zitten helemaal niet voor hun lol in de bijstand. Die is namelijk ruim onvoldoende om van te leven. Sinds 2011 wordt de bijstandsuitkering elk half jaar gekort, de achterstand wordt dus steeds groter. Het SCP, CBS, Eurostat en Nibud: al die instanties hebben berekend dat een gezin met kinderen zo’n 60 tot 100 euro te kort komt. Elke maand weer. Dus die leven van dag tot dag en staan permanent in de overlevingsmodus.’

Een betaalde baan vinden is dan de beste oplossing?

‘In principe wel, maar de flexibele arbeidsmarkt helpt daarbij zeker niet. Aan de onderkant van de arbeidsmarkt kan men voornamelijk nuluren- en oproepcontracten krijgen. En dan kun je niet genoeg uren maken om uit de bijstand te komen. Bovendien moet elke maand de uitkering dan herberekend worden op basis van de gewerkte uren – en dat gaat vaak mis. Dat betekent bestaans­onzekerheid. Zulke banen bieden bovendien geen enkel perspectief. Om een baan met perspectief te krijgen is vaak eerst een opleiding nodig, maar dat is nu niet mogelijk want er is geen volwassenenonderwijs meer.’

U bent al met pensioen. Waar komt uw betrokkenheid vandaan?

‘Sinds vier jaar ben ik vrijwilliger bij Steunpunt Vluchtelingen De Bilt. Statushouders ervaren veel problemen met de sociale dienst: boetes, kortingen, geen kans op scholing enzovoort. Na mijn pensioen, in mei 2020, vond ik dat ik meer moest doen dan kritisch het beleid onderzoeken en individuen helpen tegen de stroom in te roeien. Ik wil een constructieve bijdrage leveren aan verbetering van de wet.’

Wat moet er gebeuren?

‘Het vinden van een goede baan moet beter gefaciliteerd worden: samen kijken wat mogelijk is en de juiste opleiding kiezen. Voor het probleem van het flexwerk kun je voor mensen die kunnen werken, denken aan arbeidspools waar ze in dienst zijn. Zo’n arbeidspool garandeert een vast inkomen en detacheert mensen naar diverse werkgevers. Voor mensen in de bijstand die wat minder makkelijk meteen aan de slag kunnen, moeten er betaalde basisbanen in het publieke domein worden gecreëerd.

Maar vooral moet de uitkering omhoog, zodat je er fatsoenlijk van kunt leven, dat je bestaanszekerheid hebt. Dat kan door, zoals de FNV bepleit, het minimumloon te verhogen naar 14 euro met behoud van de koppeling aan de bijstandsuitkering. En ook heel belangrijk: de bejegening moet rechtvaardiger: sancties mogen alleen volgen als de sociale dienst kwade trouw kan aantonen en als ze er niet toe leiden dat mensen onder het bestaansminimum terecht komen.’

Is de erfenis van Marga Klompé dan gered?

‘Ja, maar het is geen 1965 meer. Ik zou graag zien dat het kostwinnersbeginsel uit de bijstandswet verdwijnt, want het is nog de enige uitkering die niet individueel is. Als je een verdienende partner hebt, krijg je na de WW geen bijstand. En de arbeidsmarkt is anders dan die in 1965, daarom is investeren in publiek volwassenenonderwijs zo belangrijk, vooral voor schoolverlaters en voor nieuwkomers.

Een bijstandswet die rechtvaardig is en bestaanszekerheid biedt kunnen we ons veroorloven. Het gaat om collectieve solidariteit. Zoals Marga Klompé ook al zei: Bijstand mag geen bedeling of liefdadigheid zijn, het is een recht. Als mensen die nodig hebben is dat geen schande, ze hoeven zich er echt niet voor te schamen. Met voldoende middelen kunnen ze gelijkwaardig deelnemen aan de samenleving en waardig en met opgeheven hoofd door het leven gaan.’

Tien-puntenplan

Het tien-puntenplan voor een rechtvaardige bijstand waarin bestaanszekerheid is gegarandeerd, is te lezen op: www.fnv.nl/nieuwebijstandswet

Deel deze pagina