ARBEIDSHANDICAP

‘DEZE MENSEN KRIJGEN GEEN KANS’

Tekst Petra Jorissen Beeld Jeannette Schols

‘OP EEN ARBEIDS­MARKT DIE SCHREEUWT OM MENSEN, IS DIT ONBEGRIJPELIJK’
‘WE LATEN DEZE MENSEN AL TE LANG IN DE STEEK’

Nooit eerder was de arbeidsmarkt zo krap. Toch komen mensen met een beperking niet of nauwelijks aan het werk, constateert Cedris, vereniging voor een inclusieve arbeidsmarkt in haar rapport over 2020. Dat moet én kan beter.

Honderdduizenden mensen die met wat ondersteuning en begeleiding vacatures zouden kunnen vervullen, staan aan de kant. Het aantal werknemers met een beperking én betaald werk laat het afgelopen jaar zelfs een daling zien. (Ook) voor deze groep mensen heeft de Participatiewet gefaald.

HOE ZAT HET OOK ALWEER?

De in 2015 ingevoerde Participatiewet moest zowel langdurig werklozen als mensen met een beperking gemakkelijker laten instromen op de reguliere arbeidsmarkt. De sociale werkplaatsen werden gesloten voor nieuwe werknemers. In plaats daarvan kwam er de Banenafspraak: werkgevers, bedrijfsleven en overheid, zouden voor 2026 125.000 nieuwe banen voor deze doelgroep realiseren. Voor mensen die heel veel begeleiding nodig hebben, zouden er beschutte werkplekken komen.

Mensen die al vroeg in hun leven een beperking opliepen, kregen niet langer een gunstige Wajonguitkering, maar kwamen ook in de Participatiewet met alle strenge regels en restricties erbij. De wet, tevens forse bezuiniging, wordt decentraal, door gemeenten, uitgevoerd. Die staan dichterbij hun burgers, zo is de gedachte. Maar in plaats van meer mensen met een arbeidshandicap aan het werk, zorgde al deze veranderingen vooral voor minder betaalde arbeidsplaatsen voor deze categorie: een bont gezelschap van hoog- tot laagopgeleid en van licht tot zwaar gehandicapt.

DALENDE LIJN

Cedris stelt in haar analyse dat per saldo in 2020 4.418 minder mensen met een arbeids­beperking meededen op de arbeidsmarkt dan in 2019. En in het in het eerste kwartaal van 2021 zette deze dalende lijn zich voort. Drieduizend mensen die recht hebben op een beschutte werkplek staan op de wachtlijst bij verschillende gemeenten. ‘In een arbeidsmarkt die schreeuwt om medewerkers is dit echt onbegrijpelijk’, aldus Kitty Jong, vicevoorzitter van de FNV. ‘We hebben in 2019 al geconstateerd dat de Participatiewet in de huidige vorm niet werkt. We zijn nu twee jaar verder en de urgentie neemt zienderogen toe. Deze mensen willen dolgraag werken, maar ze krijgen geen kans.’ Oorzaken noemt Cedris niet, maar eerdere rapporten van andere instituten repten steevast over ‘koudwatervrees’ en ‘administratieve rompslomp’ als voornaamste obstakels. En steeds veranderende regelgeving helpt daar niet bij.

HOE KAN HET WEL?

In een publicatie van juni 2020 getiteld ‘Bouwplan naar een inclusieve arbeidsmarkt’, noemt Cedris een aantal maatregelen die een inclusieve werkvloer moeten bevorderen. Meest concrete maatregel is het opzetten van sociale ontwikkel-bedrijven, verdeeld over het hele land, een plan uit de koker van de FNV.

Titia Beukema, kaderlid bij FNV Uitkeringsgerechtigden en lid van de FNV Wajonggroep Plus, heeft er vertrouwen in. ‘Zo’n ontwikkelbedrijf, een soort WSW-bedrijf 2.0, zou tegemoet kunnen komen aan de behoeften van de meest kwetsbare mensen met ingewikkelde beperkingen. Het zou zowel een springplank als een vangnet kunnen zijn.’

Het CDA en de SP hebben het FNV-plan inmiddels overgenomen en er een initiatiefnota van gemaakt. Kitty Jong: ‘Dat plan willen we terugzien in het regeerakkoord. Er is nu lang genoeg getreuzeld. We laten deze mensen al te lang in de steek.’

Tristan Vleut (42), spastisch vanaf z’n geboorte en opgeleid tot netwerk­beheerder, stelt al twintig jaar veel in het werk om een betaalde baan te verwerven. Tot nu toe zonder resultaat.

Vleut volgde speciaal onderwijs aan een Mytylschool. Na een afgeronde stage, z’n mavodiploma op zak, bood het UWV hem een budget van 5000 euro voor een opleiding tot helpdesk­mede­werker. Hij rondde de opleiding af, maar vond geen betaald werk. Vervolgens ging Vleut naar New Horizon, destijds de grootste, onafhankelijke IT-opleider, voor een vervolgopleiding tot netwerkbeheerder. Er werden valse beloftes gedaan zoals een beloning tijdens een stageperiode. Verwacht werd dat hij minstens 20 tot 30 uur per week zou werken bij een start-up. Vleut wilde zo graag en stemde toe. Over een mogelijke toekomst bleven ze vaag. De beloning heeft hij nooit gekregen. Terugkijkend stelt Vleut dat zijn begeleidingstraject langer en uitgebreider had moeten zijn. De jobcoach had ook mee moeten zoeken naar stageplekken, meer begeleiding moeten bieden bij het voorbereiden van sollicitatiegesprekken en vooral samen met hem moeten uitzoeken hoe belastbaar hij is. ‘Ik ging van gesprek naar gesprek, werkte me over de kop.’

Het kwam hem op een burn-out te staan. Hij voelde zich uitgebuit. Meer frustrerende ervaringen volgden, zoals die werkgever die na een uitgebreid telefoongesprek geïnteresseerd bleek, maar na een ontmoeting vond dat Vleut er ‘te gehandicapt’ uitzag. Tegenwoordig is hij actief als vrijwilliger bij de FNV en in de cliëntenraad van het UWV. Leven van zijn ‘oude’ Wajonguitkering lukt hem prima, maar de hoop op betaald werk heeft hij nog niet opgegeven. En wie weet helpt in zijn geval de coronacrisis wel een handje, want zo zegt hij ‘het liefst zou ik ook een deel vanuit huis werken.’

Deel deze pagina