(ON)TOEGANKELIJKE SAMENLEVING

ALTIJD BARRIÈRES

Tekst Petra Jorissen Illustratie Sjoerd van Leeuwen

'JULLIE HOEVEN TOCH OOK NIET OVERAL IN TE KUNNEN!' REAGEERDE HIJ EEN TIKJE GEIRRITEERD
‘JE DENKT AL SNEL DAT JE IETS NIET KUNT, NIET GOED GENOEG BENT, ERGENS NIET HOORT OF IETS VOORAL NIET MOET WILLEN’

De Nederlands samenleving is nog verre van gelijkwaardig toegankelijk voor mensen met een beperking, zo constateerde het Sociaal Cultureel Planbureau onlangs. Voor publicist en ‘rolstoelmens’ Petra Jorissen is dat geen nieuws; zij ondervindt dat dagelijks. Haar advies: ‘Zet eens wat vaker je ver-van-je-bed-bril af.’

Onlangs vroeg ik een architect naar het waarom van een moeilijk toegankelijke entree (rolstoelers moeten via de achterzijde) van zijn nieuwe ontwerp: ‘Jullie hoeven toch ook niet overal in te kunnen!’, reageerde hij een tikje geïrriteerd. ‘Ik hoef ook de Eiffeltoren of de Mont Blanc niet op. Jullie moeten wel realistisch zijn!’ Let op jullie en op realistisch. Maar is een toiletbezoek in een café, restaurant of theater werkelijk van dezelfde orde als het beklimmen van de Eiffeltoren?

PLANNEN EN WACHTEN

‘Lang niet toegankelijk’ luidt de titel van een rapport dat het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) afgelopen juni uitbracht over de (on)toegankelijke samenleving. Het rapport toont de, in veel opzichten nog slecht toegankelijke, samenleving vanuit het perspectief van burgers met uiteenlopende motorische, auditieve en visuele beperkingen. Het is, en dat zie je niet vaak, samengesteld in nauwe samenwerking met een aantal door de wol geverfde ervaringsdeskundigen. Juist zij kunnen als geen ander uitleggen wat het betekent om in het dagelijks leven steeds op barrières te stuiten. Dat betekent altijd weer vooruitzien, informeren, regelen, nadenken over hoe je ergens moet komen en of dat wel gaat lukken in je eentje. Plannen, plannen, plannen en veel wachten – en dat vraagt veel extra energie.

RECHT

Aanleiding voor het rapport is het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. Dat verdrag, ondertussen vijf jaar in werking, bevestigt het recht van gehandicapte Nederlanders om gelijkwaardig, net als ieder ander, deel te nemen aan de samenleving.

Dat klinkt stevig, en ja, doet het ook goed op papier. In het leven van alledag wordt mijn ‘nieuw verworven’ recht echter regelmatig met voeten getreden. Ik, rolstoelmens, hoef alleen mijn neus maar buiten de voordeur te steken of het wringt al. Scooters en fietsen dicht aan mijn huis geparkeerd, maken dat ik er vaak heel, heel, voorzichtig met mijn elektrische rolstoel langs moet zien te komen. En ik moet op de stoep blijven want de trottoirband is zo hoog dat ik er niet af kan rijden zonder uit de stoel te vallen. Simpele kwestie van fysieke toegankelijkheid, zo’n te hoge stoeprand, vergelijkbaar met een drempel, trap of hek, concrete zaken waar de meeste mensen als eerste aan denken bij het woord toegankelijkheid. Toegankelijkheid heeft echter meer aspecten en die hebben lang niet alleen betrekking op rolstoelmensen. Dat die duidelijk en expliciet benoemd worden, is het goede van het SCP-rapport.

VALIDISME

Voor alle manieren waarop mensen met een handicap uitsluiting of achterstelling ondervinden als gevolg van de inrichting van de samenleving, wordt sinds een aantal jaren de term validisme gebruikt. De complexiteit van de uitsluitende mechanismen bestaat uit vier niveaus.

Het eerste, meest duidelijke fysieke niveau is bovengenoemde drempel of trap. Twee is de negatieve beeldvorming over lichamelijke beperkingen ofwel het stigma dat op gehandicapte mensen wordt geplakt (‘Ze kunnen nu eenmaal weinig of niks’). Dit stigma maakt uitsluiting in met name semipublieke plekken als cafés, buurthuizen, sportscholen en winkels legitiem. Zie het voorbeeld van de architect. Dit heet cultureel validisme.

ALLEDAAGS ONGEMAK

Niveau drie betreft de strikte opvattingen over gezondheid. Voldoe je aan die normen, dan heb je toegang tot zaken als werk, onderwijs, huwelijk en gezin, politiek en wetenschap. Mensen met een handicap, dus eh, niet gezond(?), wordt regelmatig met de grootste vanzelfsprekendheid, hoe subtiel ook, de toegang ontzegd. Neem alleen al de moeizame toetreding tot de arbeids­markt. Een vorm van institutioneel validisme.

Vervolgens is er het alledaags ongemak in winkels, het openbaar vervoer, bioscopen, cafés en andere gelegenheden waarin je afwisselend te maken hebt met informele en functionele contacten. Echt soepel verlopen ze vaak niet. Zo blijf ik voortdurend uitleggen en – gevraagd of ongevraagd – als het ongemak te groot wordt, mezelf verklaren. Ziedaar niveau vier: het interactioneel validisme.

WANKELE BASIS

Wie met validisme te maken heeft, loopt een grote kans die houding te internaliseren. Je denkt al snel dat je iets niet kunt, niet goed genoeg bent, ergens niet hoort of iets vooral niet moet willen omdat het alleen voor ’gewoon valide mensen’ bestemd is. Een wankele basis voor een geslaagd leven. De bijna vanzelfsprekende validistische manier van kijken lijkt mij een belangrijke oorzaak van de nog altijd weinig toegankelijke samenleving.

Ondanks alle mooie woorden over een ‘inclusieve samenleving’ is de oude, vermeende tegenstelling tussen ‘validen’ en ‘invaliden’ nog altijd springlevend, zo maakt ook het SCP-rapport nog eens duidelijk. De samenleving is er hoofdzakelijk een van, voor en ingericht door validen. Het terrein zorg en hulp is aan de invaliden toebedeeld. Een verschil dat de diepgewortelde – negatieve – aannames die er over mensen met een handicap bestaan, duidelijk maakt.

OPLOSSINGEN

Of je als mens met een handicap wel of niet gelijkwaardig kunt participeren, staat of valt met een toegankelijke samenleving. Die blijft ongetwijfeld nog lange tijd een ‘maatschappelijke uitdaging’. Gewoon eens vaker de ver-van-mijn-bed-show-bril afzetten zou een verschil kunnen maken. En daarbij gaat het echt niet alleen om drempels, treden en bredere deuren. Er kunnen ook veel vaker doventolken worden ingezet, niet alleen bij rampen. Denk ook aan websites en social media. Emoticons, hashtags en afbeeldingen zijn onleesbaar voor blinde en slechtziende mensen. Ook daar bestaan oplossingen voor, zoals spraaksoftware. Uiteindelijk is het vooral een kwestie van net iets verder kijken dan je eigen neus lang is. Toegankelijkheid begint in je hoofd.

Petra Jorissen is publicist op het snijvlak van gezondheidszorg en maat­schappij en auteur van de ‘revalidatieroman’ ‘Erg hè. Uit het leven van een rolmodel’.

Deel deze pagina