BEJEGENING

‘MENSEN MET EEN BEPERKING WORDEN VEROORDEELD TOT EEN MARGINALE POSITIE’

Tekst Pien Heuts Beeld Jonathan Vos

‘MENSEN WORDEN VOORTDUREND GECONTROLEERD EN GECONFRONTEERD’

Hoogleraar en lector Xavier Moonen signaleert dat kwetsbare mensen die in een afhankelijkheidssituatie zitten, de dupe zijn van een systeem dat gebaseerd is op wantrouwen. Hij pleit voor steun in plaats van straf. ‘Bied mensen perspectief en laat ze meedoen op de door hen gewenste manier.’

‘De communicatie in de samenleving is voor veel mensen te ingewikkeld geworden’, stelt Xavier Moonen. ‘Burgers worden geacht digitale systemen voor uitkeringen, toeslagen en belastingen te begrijpen. En te dienen. Ze moeten zich aan spelregels houden die ze niet altijd snappen. Maar als ze een fout maken, wordt dat niet gezien als vergissing, maar als bewuste misleiding. En vervolgens keert het systeem zich tegen hen en rollen de mechanismen die bedacht zijn om fraude te bestrijden over hen heen. Terwijl het om onbegrip gaat. Niet om onwil.’ Moonen (65) is hoogleraar kennisontwikkeling licht verstandelijke beperking (lvb) aan de Universiteit van Amsterdam en lector Inclusie van mensen met een verstandelijke beperking aan de Zuyd Hogeschool in Heerlen. Hij doet onderzoek naar de positie van de ruim 1 miljoen mensen in Nederland met een licht verstandelijke beperking. Maar hij heeft niets met die aanduiding. ‘Ik heb het liever over sociaal kwetsbare mensen met cognitieve beperkingen. Mensen die door omstandigheden moeite hebben in deze samenleving mee te komen, die het nauwelijks lukt een zelfstandig leven te leiden.’

Wat kan daarvan de oorzaak zijn?

‘Dat kan te maken hebben met aanleg of met een jeugd van verwaarlozing of mishandeling. Maar ook met extreme armoede en schulden, psychische problemen, verslaving en criminaliteit. Vaak worden problemen generatie na generatie doorgegeven. Mensen komen niet toe aan het benutten van hun mogelijkheden. Het probleem wordt vervolgens bij mensen zelf gelegd: het ligt aan hen zelf dat ze niet met de samenleving uit de voeten kunnen. De schuld wordt bij cliënten gelegd die vaak in zodanige stresssituaties zitten dat ze de informatie die ze krijgen, niet eens meer opnemen.’

Wat is daarvan het gevolg?

‘Dat kan vergaande gevolgen hebben in de vorm van strafuitkeringen, terugbetalen van toeslagen en andere sancties. Bij mensen die in een afhankelijkheidssituatie van een systeem zitten, gebeurt dit aan de lopende band. Zij worden voortdurend gecontroleerd en geconfronteerd. De overheid is niet dienend en respectvol, maar zet ze in de hoek vanuit geïnstitutionaliseerd en georganiseerd wantrouwen.’

‘EEN KRANKJORUM SYSTEEM IS HET’

Hoe zorg je dat kwetsbare mensen minder worden afgestraft en de dupe worden van ingewikkelde systemen en formulieren?

‘Allereerst door taal te gebruiken waarbij mensen met de minste vaardigheden het ijkpunt zijn. Vanuit het lectoraat hebben we het programma ‘Taal voor allemaal’ ontwikkeld, waarmee we overheden en instellingen ondersteunen en trainen in het communiceren met deze groep mensen. Een aantal gemeenten, zoals Amsterdam en Maastricht, werkt nu met het programma. Het is zaak zoveel mogelijk mensen helder en duidelijk te bereiken. Dat is de basis voor een inclusieve samenleving. Nu weten instanties als het UWV, sociale diensten en incassobureaus volgens mij niet voor wie ze werken.’

Wat helpt nog meer?

‘Mensen die moeite hebben mee te draaien in de samenleving zouden veel betere, gerichte ondersteuning moeten krijgen. Bijvoorbeeld door samen met een buddy problemen op te pakken. Veel mensen zijn gewoon niet in staat voor zichzelf de boel te regelen en zelfstandig uit de problemen te komen. Ze willen wel, maar kunnen niet. Maar het systeem ziet het als niet willen en reageert met een sanctie, preek of repressie. Bied mensen perspectief en laat ze meedoen op de door hen gewenste manier. Erkenning en zingeving zijn zó belangrijk. We hadden een hele mooie sociale werkvoorziening. Om ideologische redenen is die de nek omgedraaid: de markt zou het oplossen. Maar de markt draait om arbeidspro­ductiviteit. En laten we nou nét te maken hebben met mensen die daar verminderde mogelijkheden in hebben. Prachtige, unieke mensen worden erop afgerekend dat ze niet dezelfde arbeidsproductiviteit leveren als de gemiddelde burger. Ze krijgen alleen tijdelijke functies, vliegen er als eerste uit en zijn veroordeeld tot een marginale positie. Een krank­jorum systeem is het.’

Dit raakt u zichtbaar.

‘De overheid zou als drijfveer moeten hebben om zoveel mogelijk burgers een beetje gelukkiger te maken. Arbeid zou ertoe moeten leiden dat we als samenleving gelukkiger worden, niet dat een beperkt aantal mensen er beter van wordt. Zolang we mensen langs de meetlat van de arbeidsproductiviteit blijven leggen, stemt dat me niet optimistisch. De onjuiste neoliberale gedachte dat iedereen architect van zijn eigen geluk is en dat keihard werken je uit de problemen haalt, zit helaas in heel veel wetten en regels verankerd.

Zoals?

Kijk bijvoorbeeld naar de tegenprestatie. De gedachte daarachter is: jij bent afhankelijk van mij en dus moet je iets terugdoen. Voor wat hoort wat. Maar daarmee gaat de tegenprestatie eraan voorbij waarom mensen in een bepaalde situatie zitten en wat de beste stap zou zijn om hen mogelijkheden te bieden weer een plek te krijgen in de samenleving.’

Deel deze pagina