WIA

Arbeidsongeschiktheid

ENKELE REIS BIJSTAND

Tekst Luuk Obbink Beeld Marijn van der Waa

‘DE GRENS VAN 35 PROCENT TREFT VOORAL MENSEN MET EEN LAAG INKOMEN’

Als opvolger van de WAO is de WIA in werking getreden om mensen met een arbeidsbeperking zo veel mogelijk aan het werk te houden of aan nieuw werk te helpen. In plaats daarvan blijkt de wet nogal eens een enkele reis Participatiewet. Hoogste tijd voor aanpassingen.

Met een doffe knal kwam op een herfstdag in 2002 niet alleen de auto van John Kruiver (36) tot stilstand, maar ook zijn werkzame leven. Al wist hij dat toen nog niet. Schrammen, builen en blauwe plekken, daar leek het bij te blijven. Maar de procesoperator kreeg steeds meer klachten. Hij ging van ziekmelding naar ziekmelding en ging uit nood ook steeds minder uren werken, tot het traject van arbeidsongeschiktheid zich aandiende. ‘Ik was in 2006 een van de eersten die niet in de WAO kwam, maar in de WIA. Helaas’, zegt de inmiddels 55-jarige Kruiver nu.

KLEM

Hij heeft het geweten. Met ernstige rugklachten, waardoor hij soms niet zonder krukken kan lopen en een vergroeide hand, die naar later bleek op diverse plekken gebroken was geweest, werd hij voor 70 procent afgekeurd. De vervolguitkering die hij uiteindelijk kreeg, was echter gebaseerd op het verminderde aantal uren dat hij vanwege zijn beperking was gaan werken en kwam hierdoor – inclusief aanvulling – onder het sociaal minimum. Daarom krijgt hij maandelijks een aanvulling van 44 euro vanuit de Participatiewet. En juist dat zet hem klem. ‘De Participatiewet stelt veel strengere eisen dan de WIA en ik heb heel veel problemen gehad met de organisatie die in Goes de wet uitvoert’, zegt Kruiver. ‘Toen ik een keer te laat was met de maandelijkse opgave van het uitkeringsbedrag, kreeg ik gelijk een boete. Je zou zeggen: laat die 44 euro maar zitten, maar voor mij is dat een week boodschappen. Ik kan dat geld echt niet missen.’

35-MINNERS

‘Veel mensen met een arbeidsbeperking belanden uiteindelijk in de Participatiewet’, zegt Erica Hemmes, bestuurder bij FNV Uitkeringsgerechtigden. Zoals in dit bijzondere geval, maar vooral ook de zogeheten 35-minners: de mensen die voor minder dan 35 procent zijn afgekeurd. ‘De werkgevers hebben destijds beloofd dat ze deze mensen in dienst zouden houden, maar daar komt weinig van terecht. En omdat ze moeilijk aan ander werk komen, belanden ze uiteindelijk vaak in de bijstand.’ Hemmes wil werkenden dan ook waarschuwen: ‘Je denk goed verzekerd te zijn tegen inkomens­verlies, maar dat is helaas niet het geval. De verzekeringsgedachte is helemaal verdwenen.’

DALING

Eigenlijk was dat ook de bedoeling van de WIA, die in 2006 de WAO verving: een minimale verzekering en vooral prikkels om mensen aan het werk te houden of te helpen. Alleen voor mensen die 80 tot 100 procent duurzaam arbeidsongeschikt zijn, geldt de verzekeringsgedachte nog: zij ontvangen IVA: 75 procent van hun laatst­verdiende loon, tot aan de pensioendatum. Voor wie theoretisch nog wel wat kan verdienen, zit de wet vol prikkels om dit ook te gaan doen. CBS-­cijfers lijken de opstellers van de wet gelijk te geven: de gestage groei van het aantal WAO’ers tot 933 duizend in 2005 heeft plaatsgemaakt voor een dalend aantal van 816 duizend in 2020. ‘Maar dat is vooral omdat de mensen in de Participatiewet zijn beland’, zegt FNV-vicevoorzitter Kitty Jong. ‘Lekker gemakkelijk voor het Rijk: ze verdwijnen uit de statistiek en de gemeenten mogen het oplossen.’

‘HET IS VOLKOMEN ONDENKBAAR DAT IK NOG GA WERKEN’

GROOTSTE KNELPUNT

Al jaren probeert de FNV de scherpe kanten van de wet af te halen, maar Jong moet constateren dat het grootste succes tot nu toe het voorkomen van verdere verslech­teringen is. Zo lag er in 2017 het kabinetsplan om 300 miljoen te bezuinigen op de WIA, onder meer door de grens van 80 procent op te rekken naar 100, waardoor ook mensen die voor 80 tot 100 procent arbeidsongeschikt zijn, hun restverdien­capaciteit hadden moeten benutten. ‘Dat hebben we eruit gekregen’, zegt Jong.

Liefst zou zij het grootste knelpunt aanpakken: de grens van 35 procent, die zelfs in strijd is met een richtlijn van de ILO, de VN-organisatie voor arbeidsvraagstukken. ‘Die grens treft vooral de mensen met een laag inkomen. Ga maar na: doordat de mate van afkeuring gebaseerd is op het percentage van je oude inkomen dat je theoretisch nog zou kunnen verdienen, hebben mensen met lagere inkomens een grotere kans dat ze voor een laag percentage worden afgekeurd. Want laagbetaald werk is eerder haalbaar. Maar juist voor deze mensen is het extra moeilijk om werk te vinden, zeker omdat ze ook nog eens iets mankeren.’

ADVIES

In de Stichting van de Arbeid hebben vakbonden en werkgevers anderhalf jaar gepraat over een advies over de WIA, dat afgelopen zomer aan het kabinet is uitgebracht. Verlaging van de grens naar de door de FNV gewenste 15 procent wilden de werkgevers niet, maar het advies bevat wel aanbevelingen om 35-minners beter te helpen met het vinden van werk, onder meer door hen scholing en begeleiding aan te bieden.

Ook moet de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid helderder worden en moeten mogelijke opties voor werk ook praktisch haalbaar zijn. ‘Over de beroemde bonsaiboompjes hoor je niks meer, maar de mogelijke functies die bij een keuring worden genoemd, zijn nog altijd compleet losgezongen van de praktijk’, zegt Jong. ‘Van iemand die veertig jaar in de bouw heeft gewerkt, kan zomaar worden vastgesteld dat hij nog wel in de kinderopvang kan werken. Mocht dat in een zeldzaam geval inderdaad de wens zijn, dan zeg ik: oké, maar biedt hem dan ook de ondersteuning en begeleiding die hij daarbij nodig heeft. Want dat is er nu ook niet bij. Verder hebben we afgesproken dat als het met deze maatregelen nog steeds niet lukt om de 35-minners aan het werk te helpen, de werkgevers alsnog bereid zijn om te praten over het verlagen van deze grens.’

WIA-BEGELEIDER

Het is aan een nieuw kabinet om te beslissen wat het met het advies van de Stichting van de Arbeid gaat doen. Voor dit moment heeft Jong nog een eigen advies aan mensen die met de WIA te maken krijgen: ‘Vraag bij gesprekken altijd een WIA-begeleider van de FNV mee. Als iemand je bij een consult vraagt of je nog je hand kunt optillen, kan daar zomaar de conclusie aan zitten dat je nog wel glazenwasser kunt worden. Want de vraag of je het ook tien keer kunt, wordt niet gesteld. Neem dus iemand mee.’

MEDISCHE AFZAKKER

En dat is precies wat John Kruiver gaat doen. Hij gaat de zaak opnieuw aankaarten, samen met een WIA-begeleider, omdat er sprake is van een zogeheten medische afzakker: hij is om gezondheidsredenen minder gaan werken, waardoor de basis van zijn uitkering onredelijk laag is geworden. ‘Bovendien: iedereen die mijn zaak kent, weet dat het volkomen ondenkbaar is dat ik nog ga werken. Ik heb zelfs mijn vrijwilligerswerk moeten opgeven en ben ook vrijgesteld van sollicitatieplicht. Het is mij volslagen onduidelijk waarom ik voor 70 procent ben afgekeurd en niet duurzaam voor 80 tot 100 procent.’

Wil je ook hulp van een WAO/WIA-begeleider? Neem dan contact op met het Contactcenter: 088 368 0368

HET WIA-HIAAT

Wie minder dan 35 procent is afgekeurd, loopt een fors risico om in de bijstand terecht te komen, maar voor mensen die meer dan 35 procent zijn afgekeurd dreigt er ook een valkuil: het WIA-hiaat.

De uiteindelijke uitkering is namelijk niet gebaseerd op het laatstverdiende loon, maar op het minimumloon. De eerste twee maanden ontvangt de uitkeringsgerechtigde nog 75 procent van het laatstverdiende loon. Dan volgt een periode die gelijk staat aan die van de opgebouwde WW-rechten waarbij de uitkering 70 procent van het laatstverdiende loont bedraagt.

Dan komt de zogeheten vervolguitkering: 70 procent van het minimumloon, naar rato van de arbeidsongeschiktheid. Hier ontstaat het WIA-hiaat, want dit is vrijwel altijd fors lager dan het laatstverdiende loon. Waar nodig wordt dit wel aangevuld tot het sociaal minimum, tot een maximum van het laatst­verdiende loon. In de praktijk betekent ook dit dus vaak een uitkering op bijstandsniveau.

De wet biedt wel een uitweg: wie minimaal de helft verdient van wat er volgens de restcapaciteit mogelijk is, krijgt een aanvulling die 70 procent van de inkomensachteruitgang ten opzichte van laatstverdiende loon goedmaakt.

‘Dit betekent wel dat werkende mensen met een arbeids­beperking die hun werk kwijtraken, een enorme duikeling in hun inkomen maken’, zegt Erica Hemmes. ‘Ze raken niet alleen hun salaris kwijt, maar ook hun loon­aanvullings­uitkering. En de WW-rechten zijn al opgesoupeerd in de periode van de loon­gerelateerde uitkering. De crisis treft deze mensen onevenredig hard, terwijl ze al een zwakke positie op de arbeidsmarkt hebben.’

Deel deze pagina