COLUMN

TITIA

Het lot treft mensen met een handicap hard en elke dag, beseft Titia Beukema eens te meer in deze coronacrisis. 'Voor mensen met een arbeidsbeperking is een goede regeling voor werk en inkomen dan ook een noodzakelijke basisvoorziening. De FNV Wajonggroep heeft de handschoen alvast opgepakt en een schets gemaakt hoe zo'n regeling er uit moet zien.'

DE IDEALE WAJONG

Tijdens deze coronacrisis had ik een vraag aan een van de leden van de FNV Wajonggroep. Ik kon hem al een tijdje niet bereiken en maakte me zorgen. Hij is fysiek fors gehandicapt en zou in groot gevaar komen als hij besmet zou raken. Tot mijn opluchting kreeg ik hem uiteindelijk aan de telefoon en was hij niet ziek. Maar hij had wel vervelende gevolgen ondervonden: zijn revalidatie was stopgezet en de thuiszorg was sterk verminderd. Van elke dag naar een paar keer per week, terwijl hij dagelijks hulp nodig heeft bij zijn persoonlijke verzorging. Terwijl ik al baal dat ik niet meer op een terrasje een pilsje kan drinken, heeft hij direct een fundamenteel probleem. Dat drukte me weer met de neus op de feiten: het lot treft mensen met een handicap hard en elke dag. Voor mensen met een arbeidsbeperking is een goede regeling voor werk en inkomen dan ook een noodzakelijke basisvoorziening. Na alle bezuinigingen en veranderingen leidt deze coronacrisis misschien tot het besef dat de neoliberale aanpak faalt. Onze Wajonggroep heeft de handschoen alvast opgepakt en een schets gemaakt hoe zo’n regeling er uit moet zien.

'Deze groep is al zo vaak afhankelijk van anderen; op financieel gebied verdienen ze de mogelijkheid van een eigen leven'

Een nieuwe Wajong moet gelden voor alle mensen die op jonge leeftijd of bij geboorte een beperking of handicap kregen, waardoor ze hun hele leven niet zonder hulp werk kunnen vinden. Zij horen niet in de bijstand: ze zijn immers niet tijdelijk werkloos, maar arbeidsbeperkt. Zolang er voor hen geen passend werk is gevonden, hebben ze recht op een uitkering van 75 procent van het minimumloon (dat is nu 70), zonder partner- of vermogenstoets. Dat laatste is belangrijk, omdat juist mensen met een handicap behoefte hebben aan financiële zelfstandigheid en de mogelijkheid om een erfenisje te ontvangen of een spaarpot op te bouwen. Deze groep is al zo vaak afhankelijk van anderen; op financieel gebied verdienen ze de mogelijkheid van een eigen leven, zoals het VN-verdrag Handicap ook heeft vastgelegd. Dit recht op een Wajonguitkering is natuurlijk afhankelijk van een keuring door het UWV, volgens criteria, waardoor zowel mensen met een psychische beperking, als met een fysieke beperking en verstandelijk gehandicapten er voor in aanmerking komen.

De ideale Wajong bepleit het recht op (begeleiding naar) werk, zo nodig onder de paraplu van de nieuw te vormen Sociale Ontwikkelbedrijven die door de FNV weer op de agenda zijn gezet. En werken moet lonen, ook in kleine banen. Als je al veel energie nodig hebt om in het dagelijks leven overeind te blijven, is een fulltime baan vaak onhaalbaar. Een aanvullende uitkering moet uitgaan van twee principes: als je werkt op je maximale werkcapaciteit is die aanvulling ten minste tot het wettelijk minimumloon en bij mensen die lang gestudeerd hebben, moet de aanvulling vergelijkbaar zijn met valide collega’s, zodat discriminatie op handicap echt verdwijnt.

Zo zou alle ellende die de afgelopen jaren over mensen met een arbeidsbeperking is uitgestort eindelijk worden recht gezet. De neoliberale domheid die hen heeft getroffen wordt dan een verstandige en humane regeling.

Titia Beukema (66) is actief bij FNV Uitkeringsgerechtigden als lid van de sectorraad, het sectorbestuur en een aantal werkgroepen. Ze woont samen en is moeder van drie volwassen kinderen. Haar oudste zoon heeft een beperking en daarom is ze lid van de FNV Wajonggroep. ‘Hij maakt mij dagelijks duidelijk hoe hard actie nodig is, voor hem en zijn lotgenoten.’