PARTICIPATIEWET

‘DE BIJSTAND MOET HOGER EN MENSELIJKER’

Tekst Eva Prins Beeld Jeannette Schols

‘TERWIJL MENSEN IN DE OVER­LEEFSTAND STAAN, VRAGEN WE HEEL VEEL VAN ZE’

Gemeenten die de randen van de Participatiewet opzoeken om ‘m mínder streng te maken. Ja, die zijn er ook – en het worden er zelfs steeds meer. Het FNV Magazine ging in gesprek met Esmah Lahlah, wethouder in Tilburg en Linda Voortman, wethouder in Utrecht, die voorop lopen in de strijd voor een menselijker én hogere bijstand. 'Ik wil dat mensen weten en voelen: de gemeente gaat mij helpen.'

Wat is wat jullie betreft het grootste pijnpunt in de Participatiewet?

Bijna tegelijkertijd: ‘Het wantrouwende mensbeeld dat erachter zit'.

Lahlah: ‘En de one-size-fits-all-benadering.’

Voortman: ‘De wet gaat vooral uit van verplichtingen met de gedachte dat mensen niet wíllen werken of de boel besodemieteren – maar dat klopt niet. 95 procent doet z’n stinkende best.’

Lahlah: ‘De wet is heel strikt, wantrouwend en controlerend. Daarbij is de bijstand ook echt te laag. Het is overleven in plaats van leven. En terwijl mensen in de overleefstand staan, vragen we heel veel van ze. Dat helpt niet.’

Esmah, jij hebt de samenwoonregels verzacht, Linda jij de regels voor 27minners. Waarom kozen jullie specifiek dit onderdeel?

Voortman: ‘Jongeren hebben een status-aparte in de wet, zoals de vier weken wachttijd. De gedachte daarachter is: zij hebben geen uitkering nodig, want ze komen makkelijk aan het werk. Maar jongeren die bij ons aankloppen, hebben vaak al allerlei problemen. En in plaats van hen te helpen, sturen we ze weg! Wij constateerden bovendien dat een groot deel van hen in die vier weken uit beeld verdwijnt. Dat vind ik verontrustend. Dus hebben we die wachttijd afgeschaft, in elk geval voor de duur van een jaar waarin we heel goed gaan kijken wat het effect is.’

Lahlah: ‘Ik kende al veel verhalen van mensen die niet durfden te gaan samenwonen uit angst hun uitkering – en dus hun financiële zelfstandigheid – te verliezen. Dat vind ik schrijnend: iedereen heeft recht op een relatie. Daarnaast ondervond ik het ook zelf toen ik een maand van een uitkering ging leven. Ik heb een relatie, maar woon niet samen. Hoe doe je dat dan? Wanneer is sprake van een gezamenlijk huishouden? Professionals vertelden me dat dat echt een pijnpunt is. En een heel grijs gebied dat veel onderzoek vergt waarbij mensen vergaand in hun privacy worden aangetast. Daarom hebben we besloten tot een proef waarbij mensen een half jaar mogen samenwonen – met eventueel verlenging – zonder dat dat direct consequenties heeft voor hun uitkering. En in die tijd krijgen ze goed uitgelegd en voorgerekend wat de financiële consequenties zijn bij samenwonen.’

Esmah, waarom ben je een maand van een bijstandsuitkering gaan leven?

‘Ik wilde weten hoe het is: het hele proces. Daarom ben ik niet alleen van 250 euro leefgeld gaan leven, maar heb ik ook echt een uitkering aangevraagd. Maar laat ik er gelijk bij zeggen: het is nooit te vergelijken. Ik woon in een relatief nieuw huis en deed het voor één maand, terwijl voor veel mensen in de Participatiewet niet alleen het chronisch geldgebrek, maar juist ook de uitzichtloosheid, het gebrek aan perspectief, heel moeilijk is. Toch heeft het me veel geleerd en opgeleverd.’

Wat heb je ervan geleerd?

‘Ik vond het heel confronterend om te zien wat weinig geld hebben met je doet. Zo kreeg ik aan het eind van die maand de neiging de post niet open te maken uit angst dat het een rekening zou zijn. En ik weet nog dat mijn puberzoon in de laatste week onverwacht een extra dag thuis wilde komen en dat ik in een reflex dacht: "Ik kan jou er niet bij hebben". Daar schrok ik erg van. Ik vond het echt heel zwaar: het kost zoveel tijd en stress om continue te moeten rekenen en puzzelen. Kan je nagaan hoe dat moet zijn als je dat dat dag in dag uit moet, jarenlang?’

‘EEN UITKERINGS­AANVRAAG IS EEN KANS IEMAND TE HELPEN’

-En in je werk? Heeft het iets veranderd aan je beleid?

‘Het heeft me nog gedrevener gemaakt om het anders te doen. Neem alleen al de aanvraag. Ik was er een dag mee zoet, al die formulieren, dat is absurd! Vervolgens word je uitgenodigd voor een meldingsgesprek. Ik dacht: waarom heet dat niet gewoon een kennismakingsgesprek? Sindsdien ben ik nog meer bezig met communicatie: met de woordkeus en toon van de brieven. En we proberen nog meer maatwerk te leveren. Zo wijzen we uitkeringen niet meer af als er iets niet klopt of ontbreekt, maar kijken we wat er aan de hand is.’

Voortman: ‘Als je een uitkeringsaanvraag ziet als een kans om iemand te helpen, maakt dat al zo’n verschil.’

Lahlah: ‘Precies. Hoe gaat het met je? Hoe kunnen we je helpen? – dat moet de insteek zijn. Ik wil dat mensen weten en voelen: de gemeente gaat mij helpen. Daarbij leggen we het accent op meedoen – en dat hoeft niet per se door betaald werk te zijn. Dat kan ook met vrijwilligerswerk of anderszins.’

Dat klinkt bijna te mooi om waar te zijn. Ik ken zoveel andere verhalen, van verplichte tewerkstelling zonder loon tot hoge sancties en boetes voor kleine foutjes. Hoeveel ruimte heb je als gemeente om het milder te doen?

Lahlah: ’We pakken maximale beleidsruimte, maar dan nog… Neem de kostendelersnorm. Die mag je twee keer met zes maanden opschorten. Dus dat doen we. Maar daarna? Dat levert echt schrijnende situaties op.’

Voortman: ‘De inlichtingenplicht is ook echt heel streng. Ook naar gemeenten. Maar ik straal wel naar mijn medewerkers uit: je hebt de ruimte om af te wijken of iets door de vingers te zien. Niet gelijk sanctioneren, maar eerst het verhaal horen.’

Lahlah: ‘Dat is hier net zo. Maar je moet niet vergeten: maatwerk is vaak moeilijker en persoonlijke aandacht kost meer tijd dus geld. Wij leggen er als gemeente op toe. Ik denk trouwens dat die strenge inlichtingenplicht nu landelijk wel zal worden aangepakt.’

Voortman: ‘Vooruitlopend daarop hebben wij allebei al het beleid rond het ontvangen van giften en rond bijverdienen verruimd. Dat kon nu. Er zijn overigens veel meer gemeenten die proberen te doen wat nodig is en daar bij de randen opzoeken, of er soms overheen gaan, maar velen houden dat stil omdat ze geen gedoe willen. Wij treden er bewust mee naar buiten omdat we willen laten zien: de wet deugt niet en we willen dat die wordt aangepast.’

Wat zou je als eerste aangepast willen hebben?

Voortman: ‘Geen onderscheid voor 27-minners en afschaffing van de kostendelersnorm. Overigens zie ik wel een paar lichtpuntjes in het regeerakkoord en ik heb ook wel goede hoop dat er met Carola Schouten een iets andere wind gaat waaien.’

Welke lichtpuntjes zie je?

Voortman: ‘Er komt onder andere meer ruimte om bij te verdienen en de kostendelersnorm gaat naar 27 in plaats van 21 jaar. Maar uiteindelijk gaat het niet om een paar bijstellingen. Er moet echt een fundamenteel ander mensbeeld komen: uitgaan van vertrouwen in plaats van wantrouwen.'

Lahlah: ‘Daar ben ik het helemaal mee eens. De bijstand moet hoger en vooral: menselijker.’

Esmah Lahlah (42) werkte als universitair docent en lector integrale aanpak kinder­mishandeling toen ze werd gevraagd om partij-onafhankelijk wet­houder te worden. Dat is ze nu sinds 2018 met in haar porte­feuille onder andere arbeids­participatie en bestaanszekerheid. Begin vorig jaar kreeg Lahlah veel media-aandacht vanwege haar besluit een maand van een bijstandsuitkering te gaan leven. Begin dit jaar werd ze gekozen tot ‘bestuurder van het jaar'. Bij de gemeente­raadsverkiezingen van 2022 is ze lijst­trekker voor GroenLinks.

Linda Voortman (42) studeerde Engels en literatuurwetenschap. Van 2008 tot 2010 was ze vakbondsbestuurder Industrie en Schoonmaak bij FNV Bondgenoten. Vervolgens zat ze twee termijnen voor GroenLinks in de Tweede Kamer. Sinds 2018 is ze wethouder Werk en Inkomen in Utrecht.

MANIFESTEN

Beide wethouders onderschrijven in grote lijnen het Manifest: een oproep tot meer echte bijstand, dat de FNV mede heeft opgesteld en ondertekend: www.fnv.nl/nieuwebijstandswet (pdf)

Twintig GroenLinks-wethouders hebben inmiddels ook een eigen, vergelijkbaar manifest (pdf) opgesteld met een oproep aan kabinet en Tweede Kamer om de Participatiewet grondig te herzien.

Deel deze pagina