SOCIALE ONTWIKKELBEDRIJVEN

Beperking geen bezwaar

RECHT OP WERK

Tekst Luuk Obbink Beeld Liesbeth Dinnissen

De achttienjarige Tessa Keus voelt zich ronduit in de steek gelaten. Het is haar droom om kapster te worden, maar met haar bewegingsstoornis in combinatie met ADHD heeft ze wel begeleiding nodig om stappen in die richting te zetten. Die krijgt ze nauwelijks of niet.

KITTY JONG:
‘WE HEBBEN HET OVER HONDERDDUIZEND MENSEN DIE ONVOLDOENDE IN STAAT ZIJN OM HUN LEVEN IN TE RICHTEN'

Iedereen heeft recht op werk, vindt de FNV, ook mensen met een arbeidsbeperking. Om dit recht handen en voeten te geven, zijn sociale ontwikkelbedrijven nodig: SW-bedrijven-nieuwe-stijl, die fungeren als springplank én vangnet. Het is nog betaalbaar ook, zo blijkt uit een doorrekening in opdracht van de bond.

Het is genoegzaam bekend: met het sluiten van de instroom in de WSW in 2015 en de start van de Participatiewet is de positie van mensen met een arbeidsbeperking er niet beter op geworden. In het witboek Recht op werk dat de FNV op een symposium over sociale ontwikkelbedrijven op 30 januari presenteerde, worden de problemen en de knelpunten op een rij gezet. Beschreven wordt hoe sommige gemeenten ervoor hebben gekozen om hun SW-bedrijven te ontmantelen en het aan het werk helpen van mensen met een arbeidsbeperking zelf ter hand te nemen. Zoals in Venlo, waar dit op een drama is uitgelopen. Ook elders leidt deze aanpak op z’n mooist gezegd tot wisselende successen.


IN DE KOU

Meerdere onderzoeken laten zien dat de nieuwe werkwijze mensen met een arbeidsbeperking in de kou laat staan. Zo stelde het Sociaal en Cultureel Planbureau in 2018 al vast dat twee jaar na het stoppen van de WSW nog slechts 30 procent van de mensen die begin 2015 op de wachtlijst stonden voor een SW-bedrijf een baan had. Twee jaar later is dit percentage nog nauwelijks opgelopen: 39 procent. Bovendien gaat het deels om werken zonder loon.


VERNIETIGENDE EVALUATIE

De Inspectie SZW deed in 2018 ook een duit in het zakje. Gemeenten slaagden er redelijk in om kansrijke jongeren met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen, maar wisten zich geen raad met jongeren die niet makkelijk te plaatsen waren, aldus de inspectie. Dit is eveneens een van de conclusies van de vernietigende evaluatie van de Participatiewet door het Sociaal en Cultureel Planbureau eind vorig jaar. Het goede nieuws is dat voor jonggehandicapten met arbeidsvermogen de baankans iets is toegenomen, al is hun inkomenspositie verslechterd. Voor de rest staan alle parameters in het rapport in de min: meer mensen met een arbeidsbeperking zitten thuis op de bank, met name als de afstand tot de arbeidsmarkt wat groter is.


IN DE STEEK GELATEN

Dat het niet om cijfers gaat, maar om mensen, blijkt uit de interviews met betrokkenen in het witboek. Zij hebben nogal wisselende ervaringen met de mate waarin ze worden begeleid. De achttienjarige Tessa Keus uit Doetinchem voelt zich ronduit in de steek gelaten. Het is haar droom om kapster te worden, maar met haar bewegingsstoornis in combinatie met ADHD heeft ze wel begeleiding nodig om stappen in die richting te zetten. Die krijgt ze nauwelijks of niet. Na een aantal stages vanuit de praktijkschool, kwam ze in de dagbesteding terecht, wat de school als eindstation ziet. Omdat dit niet is wat zij wil, heeft ze bij de gemeente aangeklopt, de publiciteit gezocht en ook zelf talloze keren gesolliciteerd. Zonder resultaat. Inmiddels werkt ze bij een kringloopwinkel, als vrijwilliger. Leuk werk, maar niet betaald, dus zonder een perspectief om een bestaan te kunnen opbouwen. Hoe dat moet? Ze heeft geen idee.

Organisatieadviseur Robert Capel rekende op verzoek van de FNV de plannen door. Zijn conclusie: als je rekening houdt met alle maatschappelijk kosten en baten, zoals besparing op zorgkosten, blijft er een positief saldo over.

Foto Martin de Bouter

OPLOSSINGEN

Gelukkig zijn er ook oplossingen. Een paar jaar geleden zat een aantal bestuurders en kaderleden bijeen, te brainstormen over hoe het anders kan, vertelde FNV-vicevoorzitter Kitty Jong op het symposium. ‘We pakten toen een A4’tje en verdeelden ‘m in vier kwadranten, waarin we de sterke en de zwakke kanten noteerden van de WSW en de Participatiewet. Toen we de voordelen van beide systemen samenvoegden, ontstonden de contouren van iets nieuws: de sociale ontwikkelbedrijven.’ De bond wil een landelijk dekkend netwerk van SW-bedrijven-nieuwe -stijl, die als springplank naar een reguliere baan kunnen fungeren, mogelijk via detachering. Maar ook als vangnet voor als het even niet lukt, of als duidelijk wordt dat een baan bij een reguliere werkgever gewoon een brug te ver is.
Op sommige plaatsen wordt al gewerkt op een manier die dicht in de buurt komt van wat de FNV voor ogen staat, zoals bij de in het witboek beschreven organisatie Stroomopwaarts MVS, waarin SW-bedrijven en sociale diensten van de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam samenwerken.


POSITIEF SALDO

Op verzoek van de FNV heeft organisatieadviseur Robert Capel de plannen doorgerekend. De conclusie: het recht op werk zoals de FNV dat voorstaat, kost zo’n 2.000 euro per persoon per jaar meer dan het huidige systeem. Maar, zoals hij voorrekende in zijn presentatie op het symposium, als je rekening houdt met alle maatschappelijk kosten en baten, zoals besparing op zorgkosten, blijft er een positief saldo over. Met andere woorden: uiteindelijk levert het geld op.
Ook in het slotdebat van het symposium, waar het witboek werd aangeboden aan staatssecretaris Tamara van Ark van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, was een prominente rol weggelegd voor de financiën. Kitty Jong stelde dat de invoering van sociale ontwikkelbedrijven wat haar betreft niet budgetneutraal hoeft te gebeuren. ‘Ik wil die 1,7 miljard wel terug’, zei ze, doelend op de bezuiniging waarmee de invoering van de Participatiewet en de decentralisatie gepaard is gegaan. Maar ook riep ze op om vooral voor ogen te houden dat het gaat om mensen, niet om getallen. ‘We hebben het hier over honderdduizend mensen die onvoldoende in staat zijn om hun leven in te richten.’


TANDJE BIJ

Van Ark toonde zich onder de indruk van alle verhalen en presentaties en zegde toe dat er ‘best een tandje bij mag’ als het gaat om het aan het werk helpen van mensen met een arbeidsbeperking. ‘We zijn het over veel wél eens’, aldus Van Ark. Al kon ze ter plekke geen cheque uitschrijven, mogelijk is de invoering van het recht op werk via sociale ontwikkelbedrijven wel een stapje dichterbij gekomen.

Deel deze pagina